Streek-GR Limburgse mijnen (1)

Streek-GR Limburgse mijnen
Deel 1
17/11/2025 – 20/11/2025

Van 17 tot 20 november 2025 wandelden we (aka Jaak en ikzelf) een eerste deel van de Streek-GR Limburgse Mijnen. Een plannetje dat al enige tijd lag te sudderen maar nu dan toch in daden werd omgezet. Zonder rekening te houden met de ommetjes naar de overnachtingsplaatsen stapten we 100 km van station Genk naar station Zolder. We verdeelden het traject over 4 dagen. De resterende 70 km plannen we natuurlijk voor later.

De officiële startplaats aan station Genk bereikten we via de trein vanuit Lommel. Rond 10 uur konden de horloges ingesteld worden en de GPS’en geactiveerd. Op pad dus…

Jaak en Mark

Handige gids voor onderweg


Etappe 1: Station Genk – Niel-bij-As (25 km)

Eens we ons losgeweekt hebben uit het centrum van Genk wandelen we licht stijgend en dalend door een dicht bos de eerste kilometers. Het worden drassige 7 kilometers langs de bruisende Stiemerbeek. De bermen en bospartijen langs de oevers staan flink onder water. Een mooi zicht maar wel opletten geblazen om geen slippertjes te maken op deze eerste dag.

Kort daarna duikt het Thorpark (Tot Heil Onzer Ribbenkas) met zijn prachtige gebouwen op. De beregende asfaltwegen staan in fel contrast met de blauw-witte hemel, maar het Thorpark schittert!

Nog ongeveer 3 km later steken we Het Kolenspoor – voor de eerste keer – over.
Daarna komt de terril van Waterschei in het vizier…

Het Kolenspoor was vroeger een vitale spoorlijn in Limburg die de zeven mijnen met elkaar verbond en steenkool, arbeiders en materialen vervoerde. Nu wordt dit historische traject omgevormd tot de F75 fietssnelweg, een groene corridor die de regio verbindt en herinneringen aan het mijnverleden levend houdt, van Beringen tot Maasmechelen. 

De beklimming van de terril van Waterschei is een indrukwekkende ervaring die de geschiedenis van de Limburgse mijnindustrie weerspiegelt. De terril, een kunstmatige heuvel opgebouwd uit afvalmaterialen van de mijnen, biedt een panoramisch uitzicht over de omgeving.
Onze klim bestaat uit ongeveer 300 trappen (geteld door Jaak). Deze trappen leiden naar het hoogste punt van de terril, waar we worden beloond met een schitterend uitzicht over de mijnstreek en haar historische industriële landschap. Bij helder weer ontwaart aan de horizon de skipiste Snow Valley van Peer.

Ruim 300 trappen de terril op

We dalen via dezelfde trappen af. Het wordt dan stilaan tijd om een eerste picknickpauze te houden. We hebben immers net niet op onze adem getrapt.
Na het intermezzo passeren we nog een Waterscheise terril om dan het natuurdomein van de Klaverberg gaan te verkennen.

Vijvers bij Terril Waterschei

De Klaverberg is opvallend door de grote hoeveelheid gruis dat zich in de bodem bevindt. Het gruis, dat soms nog smeulde, herinnert aan het intense werk en de afvalproducten van de mijnbouwactiviteiten. Het gebied straalt een rauwe, industriële sfeer uit en geeft inzicht in het zware werk dat ooit plaatsvond.

Terrasjes kennen ze hier niet of ze liggen ver buiten het bereik van ons traject. Ons plan was deze etappe af te ronden aan het station in As bij de zo geprezen taverne ‘t Stasjon. Helaas – voor ons – zijn de uitbaters met vakantie tot overmorgen…
Nog een ferme haspelpartij over de mini-spoorrails van de Minitrein, waar Jaak niet echt ongeschonden uitkomt, alvorens we wat rust nemen bij de impressionante uitkijktoren aan het station van As. Verder in dit verslag meer over de toren, niet over de haspelpartij.

Er rest ons nu nog een tweetal kilometers tot bij Luciënne Van Hees in de Melkerijstraat. Een aan te raden overnachtingsplaats van Vrienden op de Fiets.
De gastvrije Luciënne en zoon onthalen ons met koffie en taart, gevolgd door een gezellige babbel over gedeelde interesses. Waar we een eenvoudige kamer verwachten kunnen we beschikken over een volledig uitgeruste vakantiewoning. Ideaal om te ontspannen na een eerste werkdag.

Omdat we beschikken over een ruime keuken, besluiten we zelf te koken. In het plaatselijke OKAY-warenhuis kopen we lasagne, een fles wijn en enkele Westmalle Tripels om samen te genieten. Mark ontpopt zich als een ware kok terwijl Jaak zich bezig houdt met chillen. Een perfecte afsluiting van een dag vol avontuur en ontdekkingen in de Limburgse mijnstreek.

Etappe 2: Niel-bij-As – Oud-Waterschei (35 km)

Vandaag hebben we heel wat kilometers voor de boeg. In het beste geval net geen 35. Zoals afgesproken brengt Luciënne reeds rond halfacht een stevig ontbijt. Zo kunnen we al vòòr de zon opkomt op pad. Fleeze, buff en handschoenen bewijzen hun nut. De afwas wordt eerst keurig gedaan door Jaak, ja, een vaatmachine is er niet…

We wandelen terug naar het station van As. Neem zeker je tijd om daar even rond te dwalen, want het is een unieke locatie met wagons vol graffiti en street-art. En beklim zeker ook eens de toren.

De 31 meter hoge uitkijktoren in As is een replica en wel van de boortoren waarmee geoloog André Dumont in 1901 de eerste steenkool in Limburg uit de grond haalde, wat het begin betekende van het Limburgse mijnverleden. Via 130 trappen kan je klimmen tot een hoogte van 25 meter. Vanaf de top heb je een weids uitzicht over de omgeving, waaronder het Nationaal Park Hoge Kempen, en kun je in de verte de terrils van Eisden, Winterslag en Waterschei zien liggen.
We laten deze klim achterwege, gisteren hingen onze tongen bijna langs ons wandelschoenen, en op deze vroege ochtend met veel kilometers voor de boeg hebben we andere doelen voor ogen…

Na wat gewirwar door onduidelijke bewegwijzering van de streek-GR (LM) slagen we erin om ons pad te vervolgen. De oversteek van de N75 brengt ons al onmiddellijk te midden van het groen. Na 5 km passeren we de voormalige grindhoeve Mechelse Heide en enkele andere groeves. We wandelen dan door het bosreservaat Lanklaarderbos-Saenhoeve.


We trekken door prachtige in herfstkleuren getooide bospartijen met af en toe fikse klimmetjes. Jaak pronkt nog even met zijn nieuwe rugzak, terwijl we halt houden op het Kolenspoor. Om vervolgens in de verte de uitdaging van de dag te zien opdagen.
We zijn 10 kilometer ver wanneer we aan de klim van de Eisdense Tweelingsterril beginnen. Dit is de hoogste terril in het gebied van de voormalige mijn van Eisden.

De Tweelingsterril is een van de meest iconische en herkenbare bezienswaardigheden in de omgeving van Eisden (Maasmechelen) en maakt deel uit van het prachtige landschap van Terhills, de hoofdtoegangspoort tot het Nationaal Park Hoge Kempen.
De naam “Tweelingsterril” dankt hij aan zijn unieke vorm: het zijn twee kort bij elkaar gelegen terrils waarvan de hellingen in elkaar overlopen, als een Siamese tweeling. De opbouw begon rond 1952.

We stijgen op een halve kilometer 80 meter heftig en steil tot op een hoogte van 105 meter. De onregelmatig aangebrachte trappen maken het niet gemakkelijker. Een tweede tuimeling biedt zich aan, wie het slachtoffer is mag je raden. Met de regelmaat houden we halt onder het mom om een fotootje te maken en om het prachtige uitzicht te bewonderen. En het is inderdaad zo fenomenaal dat we ostentatief het uitkijkpunt bij uitstek – met bank – links laten liggen…

De al even pittige afdaling van de tweeling brengt ons tenslotte bij Fietsen tussen de mijnterrils, een van de meest recente en spectaculaire toevoegingen aan het Limburgse fietsroutenetwerk.

De drijvende pontonbrug is voor de meeste toeristen het “pronkstuk” van deze route over de Grote Plas (een voormalige grindgroeve). De lengte is ongeveer 380 meter. De brug verbindt de ene kant van het Terhills-gebied met de andere en ligt pal tussen de iconische mijnterrils Panoramaterril en Tweelingsterril.

Na een korte pauze in het bushokje van de Terhills-busjes starten we aan de beklimming van de Panoramaterril, ook wel Lange Terril genoemd. Dit gaat – zoals de naam doet vermoeden – iets gezapiger maar vraagt tot wat energie om op 100 meter hoogte te geraken via een klim van ongeveer 50 meter. Het uitzicht boven op de terril is voor ons nog eerder een pronkstuk…

Een rustige deels verharde afdaling brengt ons via het Terhills Aquapark en twee mijnschachten van de vroegere mijn van Eisden bij het National Park Visitor Centre @Terhills. We zijn nog net niet halverwege, tijd dus voor een koffie en energiehap in de taverne aldaar.

We wandelen dan rustig door Eisden-Tuinwijk of Eisden-cité met de driebeukige kruiskerk Sint-Barbarakerk als meest opvallende bouwwerk.

Eisden-Cité is een fascinerend overblijfsel van het mijnverleden en een van de grootste aaneengesloten tuinwijken in de Limburgse mijnstreek. De wijk werd vanaf 1911 gebouwd door de Steenkoolmijn van Eisden om de duizenden arbeiders en hun families te huisvesten. Omdat veel personeel door immigratie moest worden aangetrokken, was een snelle bouw van woningen noodzakelijk. Bij de aanleg werd rekening gehouden met veel groen en architectuur (cottage stijl).
De kerk en de tuinwijk vormen samen een uniek beschermd erfgoed dat de sociale geschiedenis van de Limburgse mijnindustrie perfect illustreert.

Het is even doorstappen tot kilometer 21 naar taverne Salamander. De klok tikt genadeloos verder, het is al ongeveer 14 uur, wanneer we provinciedomein Mechelse Heide binnentreden. Salamander is helaas potdicht…

Even voorbij de toegangspoort van de Mechelse Heide, en na een korte klim, zetten we ons neer op een picknickbank, die ons trakteert op wel een van de mooiste uitzichtpunten van de tocht. De felle en kille wind nemen we er graag bij.

Omdat de kilo- en stijgmeters duidelijk onze kuiten aanvallen, beslissen we om de resterende 12 kilometer mooi op te delen in stukken van 4 kilometer, telkens gevolgd door een korte pauze. Dat schept de burger moed…
Zo houden we halte bij kilometerpaal 26, goed ingepakt tegen regen en wind, met achter ons weer uitzicht op enkele meertjes, ooit zand- en grindgroeves geweest.

Het volgende wandelstuk kan je misschien saai vinden. Een paar kilometers stappen we recht toe recht aan over de lange Weg naar Heiwick. Met links en rechts enorme vergezichten over de Mechelse Heide. Met uiteindelijk een brug over de E314, die ons aan de andere kant van de snelweg doet belanden. Op de brug lassen we nog een korte pauze in. Er resten ons nog een 5 km.

De vermoeidheid neemt toe, en het weer slaat om naar echte regen tot aan ons eindpunt. We wandelen nu wel door een heel bosrijk en drassig parcours. De duisternis valt en we houden onze pitslampen in aanslag.

Bovendien is dit gedeelte van de streek-GR bijzonder slecht voorzien van bewegwijzering. Gelukkig hebben we allebei de route ook op onze horloge of smartphone, anders zou het een doolhof worden. Enkel op de pijlen wandelen is op dit deel van het traject een onmogelijke zaak.

Onze laatste pitstop van de dag is bij een jachttoren met stoel. En het blijft maar regenen. Jaak vindt het een goed idee om de stoel uit de toren te halen zodat ik even kan rusten. Helaas was de al kadukkelige ladder niet bestand tegen de kilo’s van Jaak, de ladder breekt, tuimelpartij drie biedt zich aan… Ik geen stoel dus, helaas, maar toch sympathiek van mijn wandelgezel.

In de striemende regen bereiken we rond 17 uur Stiemerheide Hotel. Jawadde, als we daar maar binnen mogen met onze beslijkte wandelschoenen, natte kleren en dito rugzakken. Maar bij de sympathieke onthaal-dame kan er wel een glimlachje af.

We brengen eerst onze rugzakken en natte kledij naar de overigens prima kamer. We doen de witte hotelslofjes aan – dat we daar geen foto van gemaakt hebben… – en keren dan snel terug naar de bar, om ons te belonen met een drankje. Daarna douchen, vidé met frietjes en hetzelfde drankje in dezelfde bar. Wat nakeuvelen en bed induiken…

Etappe 3: Oud-Waterschei – Zonhoven (22 km)

Vandaag wat minder kilometers. Het zal een bewolkte maar droge dag zijn, maar de koude wind moeten we erbij nemen. We drinken een koffie op de kamer en laden onze eigen batterijen op met wat energierepen.
Omdat we toch alle tijd van de wereld hebben en ervoor betaald hebben starten we de dag met wat baantjes zwemmen in het zwembad van het hotel. Beter kan die dag niet starten.

Rond 09.30 uur verlaten we het hotel richting Kattevennen cosmodrome. Na een mooi zigzaggend pad met lange knuppelpaden bereiken we het Molenvijverpark in Genk. Kort daarna staan we weer voor de tweede keer oog in oog met het station van Genk. Heel eventjes maar stappen we over hetzelfde parcours als bij de start van deze trektocht, maar we zullen nu de N76 kruisen en richting Zonhoven wandelen. In Genk houden we even halt voor een koffie.

Kattevennen Cosmodrome is een van de zes toegangspoorten tot het Nationaal Park Hoge Kempen en richt zich volledig op astronomie en ruimtevaart. Er is een planetarium met 360° shows, een sterrenwacht en een interactieve expo. Uiteraard ook een cafetaria met terras.

Kattevennen
Knuppelpaden

We wandelen langs het standbeeld Hulde aan de Mijnwerker bij Cité Winterslag en zitten dan reeds halfweg onze etappe. 2 km verder bereiken we het hartje van C-Mine Winterslag.

Het standbeeld “Hulde aan de Mijnwerker” bij Cité Winterslag, vlak bij de C-Mine site, is een belangrijk symbool van het mijnverleden in Genk. Het is geplaatst in 1990 en staat op een prominente plek in de Tuinwijk Winterslag (Cité I), vaak aangeduid als het Kerkplein (bij de vroegere Heilig Hartkerk) van de cité.

Omdat we ons toch wel wat willen opwarmen en even verlost willen zijn van de kille wind springen we bij C-Mine binnen in taverne Pathé. We wagen ons aan een Karmeliet en degusteren een Italiaanse Grappa (2 smaken). Dit laatste werd ons ingefluisterd door Marina, de serveerster van dienst.

C-Mine is de herbestemde site van de voormalige Steenkoolmijn van Winterslag.
Het bevat een cultureel centrum, een media en design campus voor Lucas school of Arts en de ondergrondse belevingsroute C-Mine expeditie.
Natuurlijk ook taverne Pathé

Opgewarmd door de Grappa vervolgen we onze weg en trekken we na 14 km rond de terril van Winterslag. De terril is 174 meter hoog maar ons pad gaat niet naar de top. Misschien spijtig omdat het uitzicht zo prachtig zou zijn.

De terril van Winterslag (Genk), die vlakbij de C-Mine site ligt, is een van de hoogste en meest markante terrils van de Limburgse mijnstreek. Het is een indrukwekkende hoogte en het uitzicht vanaf de top is dan ook spectaculair.

Kort daarop wandelen we door een heerlijk stukje en fotogeniek herfstbos. We nemen er even de tijd voor…
Om vervolgens de Teut binnen te wandelen.

De laatste attractie van de dag is De Kuil in Zonhoven, waar schapen zich te goed doen aan het (denk ik toch) sappige gras.

De Kuil in Zonhoven is een heel bekend en markant landschapskenmerk en een belangrijk deel van het natuurgebied De Teut. Het is een zeer grote zandgroeve (of zandwinningsput) die is ontstaan door de industriële winning van zand en grind. De winning is gestopt en de put is niet volledig volgelopen met water. Hierdoor wordt het beschouwd als een van de meest waardevolle en unieke landduin- en heidegebieden van Vlaanderen. Je vindt er enorme, steile zandwanden en stuifzandvlaktes, omringd door heide. Het is een unieke, bijna woestijnachtige biotoop te midden van de Limburgse Kempen.

Net voor 17 uur houden we halt in Café ‘t Kult”uur”ke, op een boogscheut van onze B&B Balthazar. De cafébaas offreert ons na onze koffie een gratis degustatie van een mini Kasteelbier van ‘t vat. We beloven hem dat we na ons avondmaal nog eens komen degusteren…
De B&B valt helemaal in de smaak. Luc van de B&B raadt ons pizzeria Tartufo aan, een paar honderd meter verder. Heerlijke pizza! Belofte maakt schuld, dus daarna gaan we nog een Kasteelbier van ‘t vat nuttigen alvorens onder de dekens te kruipen…

Etappe 4: Zonhoven – station Zolder (17 km)

Om 08.30 kunnen we aanschuiven aan het ontbijt. Er ontbreekt werkelijk niets.
Een halfuurtje later vertrekken we voor de laatste 17 kilometers. Het weer viel wel mee, bewolkt maar droog en zacht van temperatuur. Al snel zitten we in het midden van de natuur en bereiken we de Holsteen, sporen uit het verleden.

Het beschermd erfgoed De Holsteen is een verzameling van ongeveer acht tot tien reusachtige zandsteenblokken in het oostelijke deel van Zonhoven. De stenen zijn voorzien van grillige gaten en uithollingen, waaraan ze waarschijnlijk hun naam danken. De zandstenen zijn hier op natuurlijke wijze ontstaan. Ongeveer 16 tot 20 miljoen jaar geleden reikte de Diestiaanzee tot in Midden-Limburg. Door de afzetting van kwartsrijk zeezand en een proces van samenklitting in twee fasen zijn deze harde stenen ter plaatse gevormd. Prehistorische boeren uit het Neolithicum (rond 3.000 – 1.500 voor Christus) gebruikten deze steen om hun werktuigen en wapens (vooral bijlen uit vuursteen) te polijsten en scherpen.

Den Teut – Ten Haagdoorn
De Teutheuvel

We trekken verder door natuurgebied Den Teut en Ten Haagdoorn. Wanneer we aan de westflank de Teutheuvel – het hoogste natuurlijke punt van Midden-Limburg – afdalen merken we dat deze fel onderhevig is aan erosie. Agentschap Natuur & Bos is druk bezig met het herstel van de westflank, zo vertelt ons een informatiebord.

Na 7 km houden we een korte bezinningspauze bij Kapel Ten Eikenen. De kapel is toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw, Troosteres der Bedrukten, lezen we. Het is daarom gepast dat we na het brengen van een offer een kaarsje branden alhier en een berichtje achterlaten in het bezoekersboek.

Natuurgebied Kolveren

Natuurgebied Kolveren biedt zich vervolgens aan. Een zeer drassig en moeilijk toegankelijk gebied. Het is uit je doppen kijken om niet alweer een buiteling te maken. De bruingekleurde Laambeek overspoelt regelmatig het moeilijk te betreden pad, maar we geraken er ongehavend door.
We steken de E314 weer over en vervolgen het pad langs de Laambroekvijver.

De Laambeek

We naderen stilaan het station van Zolder, maar eerst ontdekken we nog de twee desolate mijnschachtblokken van Houthalen. Ze staan er zo wat verloren tussen nieuwbouw. Het contrast is wel opvallend. Maar deze schachten (die zullen gerenoveerd worden), met een hoogte van 71 meter, behoren wel tot de hoogste van West-Europa.

De 5 laatste kilometers verlopen rustig en volgen deels het spoor richting station Zolder. We hebben dan nog een klein uurtje de tijd vooraleer de trein richting Mol en Lommel arriveert. Tijd zat dus om deze prachtige vierdaagse af te ronden in het nabijgelegen CC Muze.

We arriveren in Lommel in de late namiddag. Een korte wandeling tot aan Grand café De Biehal lukt nog juist, om daar de eerste afspraken te maken voor het tweede gedeelte van de Streek-GR Limburgse Mijnen.


(Deel 2 wandelen we in het voorjaar van 2026)

One Response to Streek-GR Limburgse mijnen (1)

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.